Natuurtuin Deze Week

Zaterdag 19 september 2020

rietstengels

Zaterdag 19 september 2020: Fris met een blauwe lucht. Mooi nazomerweer, maar nog steeds droog en voor een voormalig moeras veel te droog. In de zuidelijke poel staat geen water meer, net als in de kleine noordelijke poel. De grond op de hogere stukken in de natuurtuin is aan het uitdrogen.

Na de graslandjes de ruigtestroken: De graslandjes zijn gemaaid en het maaisel ligt buiten de poort. Volgens plan hebben we een aantal stukken niet gemaaid omdat dat beter is voor de insectenbevolking. Dinsdag heb ik met de messenbalkmaaier de strook buiten de natuurtuin en de ruigtestrook langs de container gemaaid. Vandaag pakken we een stuk rietkraag bij de grote poel en een stuk bij de zuidelijke poel aan. Voordat we maaien halveren we de rietstengels met de accuheggenschaar. Zo zijn de stengeldelen die we moeten opruimen veel korter en makkelijker te hanteren.

Lijsterbessen: Onderzoeker Will is terug van zijn vakantie-expeditie naar Denemarken. Hij heeft allerlei vakantieverhalen en we lopen meteen een vogeltelrondje. De lijsterbessen aan de zuidkant van de bosjes zijn grotendeels leeg gegeten door de vogels. Aan de schaduwrijke noordkant hangen de boompjes nog vol. Wil en Rinus beginnen het maaisel van de stroken weg te harken. Onderzoeker Will staat er bij met zijn net en hoopt onder het droge maaisel nog bijzondere wantsen te vinden.

maaiwerk

Lekke band: Ik pak de messenbalkmaaier en maai de gekortwiekte rietstrook langs de grote poel. Ik maai een afgeplagd stuk in de zuidelijke strook (door de vele late bloeiers hadden we die nog niet gemaaid). Dan moet ik stoppen. Ook de messenbalkmaaier heeft een lekke band. Ik ga Rinus en Will helpen. In korte tijd harken en kruien we het maaisel weg. Tijd voor de koffie.

ijzeren bal met ketting

Stans' criminele carrière: Er wordt volop gekletst en (vakantie)ervaringen uitgewisseld. Onderzoeker Will heeft een Gekraagde roodstaart gezien. Een bijzondere vogel die we nog niet op de lijst hadden. Ik vertel ter lering en vermaak het verhaal van de imker die in de natuurtuin actief was. Vanwege ontoelaatbaar gedrag hadden we hem de deur gewezen. De imker bleef zitten waar hij zat en beklaagde zich bij iedereen over het onrecht, hem aangedaan door ons. Uiteindelijk probeerde hij ons en de gemeente zelfs te misleiden door te doen alsof zijn bijen verhuisd waren en ze stiekem weer terug te zetten. Na waarschuwingen heb ik de vliegopeningen van de kasten dichtgemaakt, zodat hij geen andere keus had dan te vertrekken. Van de schrik vergat hij honderden euro's aan materiaal van de natuurtuin terug te geven. Boze imker deed in plaats daarvan aangifte van vernieling en claimt een dikke duizend euro schade. Dankzij die aangifte mag ik komende week bij een officier van justitie mijn misdrijven bespreken. Dat gaat een interessant gesprek worden.

Maaisel ophalen: Intussen is parttime helper Hester binnen gekomen. Nog meer gezelligheid en uiteindelijk staan we allemaal de nieuwe ligfiets van Hester te bewonderen. We zijn ruim op tijd klaar met de klussen. Maandag zal ik de gemeente vragen of ze de berg maaisel willen laten ophalen. Het maaisel van de ruigtestroken kunnen we kwijt op de houtstapels in de bosjes en misschien op de houtwal aan de westkant van de tuin.

Wildcamera: De wildcamera heeft een weekje bij een dode houtduif gestaan. Er staan leuke vangsten op. Een vos (https://youtu.be/gltAEinDFO0) neemt een paar hapjes van de duif. Blijkbaar heeft hij niet zo'n honger want het meeste laat hij liggen. Een marter (waarschijnlijk steenmarter) (https://youtu.be/Y_RV5-FMsgM) jaagt vlakbij op diertjes in de strooisellaag. Hij negeert de duif. Zo niet een egel (https://youtu.be/Y_RV5-FMsgM). Hij scharrelt wat rond en blijft dan als gehypnotiseerd staan snuffelen aan de duif, zonder verder iets te doen. Waarom? Er gebeuren rare dingen in de natuurtuin.

bosrand

Zaterdag 12 september 2020

Hop (Humulus lupulus)

Zaterdag 12 september 2020: Afgelopen maandag en dinsdag hebben we met drie mensen telkens een paar uurtjes maaisel opgeruimd. De stapel buiten de poort begint aardig te groeien en er gaat nog veel meer bij komen. We hebben allemaal de indruk dat er dit jaar meer biomassa van de veldjes af komt dan in andere jaren. Lijkt mij ook, maar toch weet ik het niet zeker. We zouden het maaisel elk jaar moeten drogen en dan wegen om te kunnen vergelijken. Daar hebben we de middelen niet voor, dus blijft het bij gissen. Het maaisel dat nog op de veldjes ligt is intussen zongedroogd en dat scheelt weer veel kilo's water die we niet hoeven te versjouwen.

Mooi werkweer: We beginnen met pech. Vorige week gaven we onszelf nog schouderklopjes, omdat we zo'n goede banden op de kruiwagens hadden gelegd. Nu staat de rechterband van de hooikruiwagen plat. We hebben geen pomp bij de hand, dus kunnen we volgende week pas naar de oorzaak op zoek. Gelukkig zijn er drie gewone kruiwagens beschikbaar. Rinus, Wil en ik harken en sjouwen dat het een lust is. Het wordt warm vandaag, maar nu is het nog lekker koel. Mooi werkweer.

Gesprekjes: Doordat we relatief kleine kruiwagens gebruiken komen we vaker buiten de poort en komen we regelmatig in gesprek met passerende wandelaars. Een oudere dame is pas in de wijk komen wonen en wandelt elke dag een paar uur in de Bundertjes. We babbelen wat over haar twee hondjes die geduldig in het gras liggen, de wijk, de reeën, kanker, haar overleden man, de uil die ze graag wil zien (ik geef haar weinig kans, maar op de wildcamera hebben we er laatst een gehad) en het plezier dat wandelen in de natuur geeft.

hooiwerk

Dode duif: In het berkenbosje ligt een aangevreten lijk van een houtduif. Rondom liggen veren verspreid en een stuk borst is weg. Blijkbaar is de jager (ik denk een sperwer) gestoord tijdens zijn welverdiende maaltijd. Ik doe het lijk in een plastic zak en leg die naast de container. Morgen zoek ik een geschikte plek en leg de dode duif daar met de wildcamera er bij. Dat doen we vaker wanneer we een dood dier in de natuurtuin vinden. Zo krijgen we een steeds beter beeld van de opruimers in de Bundertjes. Naast kleine dieren zoals wespen, vliegen en kevers blijkt vooral de vos die klus graag op te knappen. Laatst hebben we zelfs een steenmarter betrapt die een dood konijntje meenam. Buiten de poort lopen we de ecoloog tegen het lijf die bezig is met een vogelhuisjesproject. We hebben hem al eens eerder gesproken. Hij wil vogelhuisjes met ingebouwde camera verspreiden waar geïnteresseerden het broedseizoen kunnen volgen via een app op hun mobiel. Binnenkort horen we er meer van.

Hutten bouwen: Even verderop hebben een paar jongetjes het plan opgevat om een hut te bouwen. Ons maaisel blijkt prima geschikt om hun bouwsel te bekleden en ze rennen met handenvol heen en weer tussen maaiselhoop en hun speelplek. Rinus knoopt een praatje met ze aan en later vraag ik ze om niet te veel maaisel weg te halen, omdat we dan veel extra werk hebben. Dat gaan ze niet doen. Ik vraag ze ook om het gebruikte maaisel later terug te leggen. Dat zullen ze doen.

Muizen: Komende maandag en dinsdag gaan we 's morgens verder. Als we in dit tempo doorgaan denk ik dat we maandag klaar zijn met het maai- en hooiwerk op de graslandjes. In drie weken afgerond. Als de maaibeurt klaar is, gaan we een paar ruigtes en een bosrand (langs het elzenbosje) kort maken. Rinus roept. Hij heeft iets gevonden. Midden op het grasland liggen drie kleine babymuizen. Kaal en nog blind. We vragen ons af wat we er mee moeten doen. Niets dus. Er is geen ademhaling of hartslag te ontdekken. Misschien is hun nest vernield door de maaimachine en zijn de ouders gevlucht. Ook dat gebeurt. Rinus dekt de drie muisjes af met een handvol maaisel. Vroeg of laat zal een muizenliefhebber ze wel ontdekken.

paddenstoelen op hout

Zaterdag 5 september 2020

Zwerfafvalgroep op pad

Zaterdag 5 september 2020: Het lijkt alsof het gaat regenen, zo nu en dan doet het dat ook. Het begin van de ochtend ziet er niet goed uit. Vorige week hebben we de zuidelijke strook gemaaid en vandaag wil ik een groot stuk van de rest doen. Hopen maar dat de regen niet doorzet. Met het maaien balanceren we tussen twee adviezen. Voor het ontwikkelen van de flora, de planten dus, moeten we alle graslandjes kort de winter in laten gaan. Zo wordt de stikstofneerslag tegengegaan en blijft de begroeiing meer open. De beste voorwaarden voor een afwisselende flora. De Vlinderstichting heeft liever dat we stukken niet maaien voor de winter. Veel vlinders (maar ook andere insecten) overwinteren als eitje of rups/larve in en tussen de planten. Daarom laten we dit jaar een aantal stukken ongemaaid overwinteren. Volgend voorjaar worden die stukken als eerste gemaaid, zodat we de bloeiende kruiden tussen de grassen niet kwijt raken.

Congolese kevers: Rinus en Wil gaan het maaisel opruimen in de zuidelijke strook. Voorzitter Kees trekt met de zwerfafvalgroep de wijk in. Ik ben ongeveer halverwege de lage graslandjes wanneer ik de twee keverspecialisten tegen het lijf loop. Ze hebben weer een paar mooie voorbeelden van Congolese kevers meegebracht. Ik ben vergeten de namen te vragen, maar ze zijn er niet minder mooi om. De kevers, felgroene kleine en een grote met een mooi groen/beige tekening zijn door hen zelf opgekweekt. Ze komen niet uit het wild. De larven hebben een laagje humus met half verteerde bladeren van loofbomen nodig en verpoppen zich in een cocon van bijeen geplakt materiaal. De volwassen kevers vragen niet meer dan wat vruchten(sap). Leuk om eens zo'n beestje van de andere kant van de planeet te zien.

Congolese kever

Benzine op: Even later begint de messenbalkmaaier te pruttelen en houdt er dan mee op. Geen benzine meer. Bij de container staat nog een jerrycan. Onderweg daarheen kom ik Wil en Rinus tegen die nog steeds maaisel aan het opruimen zijn. We besluiten koffie te gaan drinken. Een mooie onderbreking. De regenachtige bewolking is verdwenen en de zon komt regelmatig door. Het wordt zelfs wat warmer.

Ontspannen werkje: Na de pauze ga ik met een laatste restje benzine naar de maaimachine. Net genoeg om naar de container terug te rijden. Geeft niet, de laatste stukken maai ik volgende week wel. Er is nu genoeg gemaaid om maandag en dinsdag bezig te blijven. Ik blaas de machine schoon met perslucht en help Rinus en Wil met het laatste maaisel van de zuidelijke strook. Met de hooihark maaisel harken in het zonnetje. Een ontspannende bezigheid. De twee afgeplagde stukken zijn nog niet gemaaid omdat daar veel bloemen nu pas in bloei zijn gekomen. Die stukjes maaien we later, zodat de bloembezoekende insecten er nog een paar weken van kunnen profiteren. Rinus heeft energie genoeg over en gaat met de heggenschaar de paden vrij knippen. Ik loop met Wil een rondje en bekijk wat er al gemaaid is en wat we laten staan. Bij de grote poel zijn verschillende grote libellen te zien en boven de veldjes fladderen koolwitjes en andere vlinders. Hopelijk maken ze goed gebruik van de stukken die we niet maaien om eitjes af te zetten.

Gewone engelwortel (Angelica Sylvestris)

Zaterdag 29 augustus 2020

bospad zonsopkomst

Zaterdag 29 augustus 2020: Lekker weer. Niet te koud en niet te nat. Het heeft wat geregend en in de kleine noordelijke poel staat een plasje water. De grote poel en de zuidelijke poel staan nog steeds laag. De droogte is deze zomer minder dramatisch dan in 2018 en 2019, maar voor een moerasachtig gebied als de Bundertjes is ook dit geen goed jaar. We hebben deze zomer veel minder libellen gezien. Larven van libellen leven in water en als dat er niet is gaan ze dood. Libellen zijn opvallende insecten en het valt meteen op wanneer er minder rondvliegen. Ook minder opvallende insecten zullen een klap hebben gehad. Dat zal doorwerken op dieren die insecten op hun menukaart hebben staan.

Veranderende begroeiing: Het is moeilijk te zeggen of de begroeiing al veranderd. Het lijkt alsof er iets minder kleurig bloeiende kruiden zijn en veel meer forse grassen. Maar dat verschilt per stukje natuurtuin. Vooral in de voorzomer waren sommige stukjes uitzonderlijk gekleurd en gevarieerd. De grote wederik heeft zich flink uitgebreid, maar de Grote kattenstaart heeft het juist minder gedaan. In de grote poel is de veenwortel weer terug die in 2019 verdween omdat de poel droog viel. De watergentiaan is waarschijnlijk definitief verdwenen. Op de droogste stukken zien we vaker Jakobskruiskruid en vooral mooie veldjes met Klein streepzaad. Een plantje dat vroeger nauwelijks in de natuurtuin te vinden was. Hoe dan ook, het blijft boeiend om de ontwikkelingen te volgen.

Landkaartje (Araschnia levana)

Maaiwerk: Volgende week begint de nazomer-maaibeurt. Tijd om de messenbalkmaaier eens goed te testen. Eerst maai ik alle graspaden. Daarna begin ik met de graslandjes bij de zuidelijke poel. Wil begint het maaisel bijeen te harken en naar buiten te kruien. Later komt voorzitter Kees binnen. Ook hij pakt hooihark en kruiwagen. Eind van de ochtend is de zuidelijke strook gemaaid. Alleen de twee ronde afgravingen (de “petrischalen”) slaan we over. De planten staan hier nog laat in bloei en dat is gunstig voor de bloembezoekende insecten. Wanneer alle veldjes zijn gemaaid komen deze twee stukjes aan de beurt.

Landkaartje: Bij de container zien we een vlinder op een grasspriet. Een landkaartje (Araschnia levana). Jammer genoeg slaat hij net de vleugels dicht wanneer ik een foto wil nemen. Ook met dichte vleugels is de vlinder makkelijk te herkennen aan de “landkaart” die op beide zijden van de vleugels is “getekend”. De landkaartjes produceren 2 generaties in een seizoen. De voorjaarsgeneratie is oranje met een zwarte tekening. De latere generatie is zwart en heeft een witte tekening. Het lijken twee verschillende vlindersoorten, maar toch is dat niet zo. Hoe deze vlindersoort er uitziet hangt af van de daglengte wanneer de rups verpopt tot volwassen vlinder.

Grote brandnetel (Urtica Dioica)

Als een rups bij een lange daglengte verpopt, krijgt de vlinder de tekening van een zomervorm, is de daglengte kort, dan ontstaat de voorjaarsvorm. In een laboratorium bleken bij constant lange dagen (als in de zomer) tot acht generaties van de zomervorm per jaar op te treden. Bij constant korte dagen (als in de winter) ontstonden slechts twee generaties van de voorjaarsvorm per jaar. Daarnaast was het mogelijk allerlei tussenvormen te creëren door te variëren met de daglengte. Deze tussenvormen worden ook wel eens in de natuur gevonden.” (tekst van de vlindertichting). Ook het landkaartje is een van de vlinders die de grote brandnetel (Urtica dioica) gebruikt als waardplant (om eitjes af te zetten en als leefgebied voor de rupsen). Die zullen zich dus thuis voelen in een van de hoekjes met brandnetels in de natuurtuin.

Zaterdag 22 augustus 2020

kapwerk bosrand

Kapwerk bosrand foto: (fotoclub Helmond Oost)

Zaterdag 22 augustus 2020: Het is niet meer heet, maar nog steeds droog. Het water in de poelen is verder gezakt. De kleine noordelijke poel staat helemaal droog. Vorige week stond er nog een klein plasje water in. Twee weken geleden hebben we de tuinwaterlelie in de grote poel aangepakt. Alle blad- en bloemstelen hebben we onder water afgesneden. Doordat de plant natuurlijk nieuwe bladen maakt en omdat het waterpeil gezakt is, ligt er weer een nieuwe deken van bladeren op de grote poel. Een dunnere bladerdeken dan eerst, maar toch. Om de plant verder te verzwakken en uiteindelijk weg te krijgen moeten we bladeren blijven wegsnijden. Waadpak aan, stokzaag mee en het water in. Het is deze keer minder werk en ik ben snel klaar. Terwijl ik de bladeren op de houten brug gooi zie ik onderzoeker Will.

(foto: fotoclub Helmond Oost)

Bosrandbeheer en vogels:Will is aan zijn wekelijkse vogeltelronde bezig en enthousiast over de vogels die hij gezien heeft. We kijken bij de zuidelijke poel naar de lijsterbessen. Ze worden druk bezocht door vogels die zich vol eten met de oranje-rode bessen. Omdat we de randen van de bosjes meer open hebben gekapt, doen kleine besdragende bomen, zoals Lijsterbes, Meidoorn, Sporkehout, Sleedoorn, enz. het duidelijk beter. Nu, in de nazomer, is goed te zien hoe vogels van dat kapwerk profiteren.

Grauwe vliegenvanger: Later zien Will, Wil en ik bij de container nog een leuk voorbeeld daarvan. Op een uitstekende tak van het wilgenbosje zit een Grauwe vliegenvanger op de uitkijk. Vorige week voor het eerst gespot door onderzoeker Will en nu schuift hij bijna letterlijk aan bij de koffie. Ineens duikt de vliegenvanger van zijn uitkijkpost naar de ruigtestrook voor het bosje. Hij pikt een insect uit de bloemen, vliegt naar een tak verderop en peuzelt zijn buit op. Een mooie demonstratie van hoe het vogeltje aan zijn naam komt. En een mooi resultaat van ons bosrandbeheer.

Gevarieerde structuur (foto: fotoclub Helmond Oost)

Slim niks doen: Bosranden beheren we met “slim niks doen”. Vroeger maaiden we tot tegen de bomen en hadden we een scherpe afscheiding tussen de graslandjes en de bosjes. Een “groene klif”. Tegenwoordig laten we een brede strook langs de bosjes een aantal jaren met rust. Daar ontstaan interessante ruigtestroken die heel verschillend zijn, afhankelijk van hoeveel zonlicht er op valt en hoe nat het is. Aan de schaduwrijke noordkant groeit alles trager en staan vooral veel bramen. Aan de zonnige zuidzijde vallen de besdragende boompjes op. Ook grotere bloeiers als Koninginnekruid, Wederik en Hennepnetel voelen zich hier thuis. Die trekken veel insecten en, zoals we hebben gezien, vogels als de Grauwe vliegenvanger. In natte ruigtes overheerst Riet en daar blijken de Kleine karekiet en de Bosrietzanger graag te nestelen.

Invasieve soorten: Natuurlijk hebben we nog steeds last van verwilderde tuinplanten die zijn gaan woekeren. Net als de tuinwaterlelie pakken we die aan door ze uit te putten en systematisch terug te dringen. Vandaag trekt Wil met een kleine bijl het wilgenbosje in om de opnieuw uitschietende Canadese kornoelje te kortwieken. Hij hoeft niet lang te zoeken. Overal waar we de sierstruik hebben afgezaagd schieten nieuwe takjes op uit de wortelstokken. Dit probleem gaan we niet snel oplossen.

Ondoordachte tuinexperimenten: We zullen nog een paar jaar regelmatig moeten kappen, snoeien en stukken wortel uitgraven. Hetzelfde geldt voor de Bonte gele dovenetel. We hebben een strook langs een pad “schoongemaakt”. Bij elk nieuw controlerondje inspecteren we eerst het “schone” stuk. Daarna werken we stukje voor stukje een nieuwe strook af. Ook die controleren we bij de volgende ronde, enz. We hebben nog veel werk te doen door ondoordachte tuinexperimenten in het verleden. Iets wat beheerders van bossen en natuurgebieden vaak tegenkomen. We hebben afgesproken per keer een uurtje aan deze klus te besteden. Het moet wel leuk blijven.

Plantjes kijken: Wanneer ik een emmertje Bonte gele dovenetel heb verzameld, ga ik in een afgeplagd stuk plantjes kijken. De twee cirkels (“reuzen-petrischalen”) en de oever van de zuidelijke poel zijn in drie opeenvolgende jaren afgeplagd. Dat levert een interessant beeld op van pioniersplanten bij de zuidelijke poel (het laatst geplagd). In de tweede cirkel ontwikkelt zich lage moerasachtige begroeiing. De eerste cirkel is waar eerst een kruidentuin was. Dat levert een mix op van planten uit de voormalige kruidentuin, moerasplanten en opschot van bomen. Dat laatste betekent dat we ook hier 2 keer in plaats van 1 keer per jaar gaan maaien.

Zaterdag 15 augustus 2020

ochtendnevel

Vanmorgen als ik op weg ben naar de Natuurtuin- een stuk frisser dan de afgelopen ‘hitte’dagen. Zelfs mistig -als ik de tuinpoort open maak- heerst er een serene rust in de tuin. De dampige mist ligt als een ‘wit laken’ over de omgeving. Geen geluid van de grasmaaier, want Stan is een dagje opstap. Gespits op ‘nieuwe’ vogelgeluiden, loop stilletjes verder de tuin in. Ineens hoor ik bij de houtenbrug geritsel, terwijl ik een foto maak, zie ik het Ree aan de overkant lopen. Dat is natuurlijk de veroorzaker van de ritselgeluiden. De LiveAtlas App is ingesteld, hoor de eerste vogelzang roepjes en noteer. Zie veel activiteit rondom de ‘ontbijt’struiken ; Vlier, Lijsterbes, Vuur- en Sleedoorn. Sta af en toe stil en kijk van afstand. Noteer regelmatig verschillende foeragerende zangvogels die over enkele dagen / weken op reis gaan. Rond deze tijd van het jaar zijn er vele kleine zangvogeltjes die ons land verlaten. Halve wege de telronde sluit Wil aan en horen en zien verderop de drie kleurrijke vinken.

Spechten hakplaats.

Onderweg komen we nog langs een Spechten hakplaats. Zoals in voorgaande verhalen is te lezen dat de Familie groep Spechten goed vertegenwoordigd is in de Natuurtuin. Regelmatig zien we dan ook van deze hakplaatsen. In het vele ‘dode’hout dat volop aanwezig is, zitten allerlei insecten waar spechten dol op zijn. De gekste plaatsen zoek zij dan ook naar hun voedsel, stammetjes, paaltjes en in (dode)bomen.

spechten hakplaats
herbarium
herbarium
herbarium
herbarium

Even later komt Rinus ons tegemoet lopen met heggenschaar om de doorgeschoten loten van Bramen, allerlei struiken en Riet in te korten zo wordt ‘deze morgen’ gewerkt om de wandelpaden beloopbaar te houden. Na de Koffie komt Rinus en Wil op het idee om een fotoherbarium te maken van allerlei planten die op dit moment in bloei staan en/of vruchtendragen.

Brede lathyrus - Lathyrus latifoliaNatuurvraag aan Stan, Welke plant bloeit hier?

Tijdens de vogeltelronde zagen we deze wonderschone witte bloemwijze, -rechtsachter naast de werkschuur op het talud- nabij de ‘reusachtige petrischaaltjes’.

De vraag rees later na het telwerk welke plant bloeit hier?

Antwoord van Stan: Hoi allemaal, De plant is gevalideerd door Waarneming.nl als Brede lathyrus (Lathyrus latifolius).

Na twaalven loopt de buitentemperatuur behoorlijk op en gaat de natuur in siësta en wij ook. Ook deze morgen gaat te snel voorbij in de Natuurtuin. In deze tijd van het jaar is er altijd veel te zien en te ontdekken -Vogels, Bloemen, Planten en de enthousiaste verhalen van Kees, Wil, Rinus en mijzelf Will dragen bij tot een geslaagde morgen. We sluiten af en kijken weer uit na de volgende week, met nieuwe Natuurontdekkingen in De Robbert.

Zaterdag 8 augustus 2020

Koninginnekruid

Zaterdag 8 augustus 2020: Bloedheet. Vandaag gaat er weinig gebeuren. Ik stuur alleen de messenbalkmaaier over de paden, omdat het gras daar te lang wordt. Vlakbij het berkenbosje heeft een fanatieke mol een belachelijke hoeveelheid molshopen gemaakt. Allemaal precies langs de zijkant van het pad. De gazonmaaier zou telkens vastlopen. De messenbalkmaaier snijdt erdoorheen en veegt ze tegelijk plat. In de schaduw valt het nog mee, maar in de volle zon (het is nog geen 8 uur) is het nu al vervelend heet. Bij de container tref ik onderzoeker Will, die afkeurend naar de lawaaiige machine kijkt. We lopen een vogelrondje. Will spot een paar interessante vogels. Het is windstil, de temperatuur loopt snel op en dieren houden zich rustig. Opvallend weinig vogelzang, geen konijn laat zich zien en er komen weinig wandelaars langs de natuurtuin. Iedereen bereidt zich voor op een tropische dag.

Gewone pendelvliegGroenbeheer en vlinders: Rinus is niet te stoppen en gaat moedig met de heggenschaar de bramen te lijf die opnieuw de paden proberen te veroveren. Ik loop met Wil een rondje om wilde bestuivers te kijken. Ook die lijken zich met deze temperaturen rustig te houden. We zien een paar Koolwitjes. Ze zijn te snel om te kijken welke soort precies. Een oranje zandoogje laat zich zien en in de bosranden vliegen verschillende Bonte zandoogjes. We hebben de laatste jaren meer geleidelijke overgangen gemaakt tussen de bosjes en de graslandjes. Bosranden, open bosjes met struiken. Dat zijn precies de plekken waar het Bont zandoogje van houdt en dat is te zien.

 

Polybothris sumptuosa gemaWollig gitje: Op de Wederiken zien we de slobkousbijtjes die op deze plant zijn gespecialiseerd. Van de zweefvliegen die we zijn krijgen we alleen een Gewone pendelvlieg goed op de foto. Vlak bij de container zet ik een beestje op de foto dat een Wollig gitje blijkt te zijn. Gitjes zijn, zoals de naam al zegt, zwarte vliegen. En inderdaad heeft deze wollige beharing. Het Wollig gitje is weer een aanwijzing dat het warmer wordt. Het is een soort die vanuit het zuiden steeds noordelijker voorkomt en nu in bijna heel Nederland te vinden is.

Polybothris sumptuosa gema: Tijdens een van onze pauzes bij de container krijgen we weer bezoek van onze keververzamelaar. Deze keer heeft hij een prachtige kever uit Madagaskar meegebracht, de Polybothris sumptuosa gema. Ik probeer het mooie beest op de foto te zetten, maar het wil niet goed lukken. Natuur in het echt is toch altijd het mooist.

Zaterdag 1 augustus 2020

drie konijnen voor wildcamera

Kompassla (Lactuca serriola)Zaterdag 1 augustus 2020: Tropisch, drukkend weer. Ik hou al een tijdje een plant achter de container in de gaten. Wanneer hij in bloei komt, noteer ik hem. Vandaag dus. Het is Kompassla (Lactuca serriola), een wild familielid van de sla in supermarkt. Er staan een stuk of tien plantjes naast de omgevallen wilg. Het grijsgroene blad valt meteen op door de gestekelde randen en middennerf. Kompassla heet zo, omdat de bladeren opvallend gedraaid aan de stengel staan en richting noord-zuid wijzen. Met het aardmagnetisch veld heeft dat waarschijnlijk niet veel te maken. De bladstand wordt aangepast om zoveel mogelijk zonlicht op te vangen. Hier staat de Kompassla in de schaduw en blijken noord en zuid in alle richtingen te liggen.

stan verwijdert tuinwaterlelieTuinwaterlelie: Ik trek met waadpak en stokzaag de grote poel in. Jaren geleden heeft een enthousiasteling een waterlelie in de poel geplant. Enthousiasme is niet altijd goed. De geschonken waterlelie is geen wilde (Nymphaea alba) maar een tuinwaterlelie. Deze laatste soort is herkenbaar aan het dikke bladerdek met “kruiende” bladeren waardoor geen zonlicht kan doodringen in de poel. Die eigenschap is ook de reden waarom wij hem vandaag opruimen. Het water is bij de waterlelie nog steeds bijna 2 meter diep. Met het waadpak kan ik een eind de poel in en met de stokzaag snij ik de blad- en bloemstengels onder water af. De stengels zijn hol en lopen vol water. Om de paar jaar doen we dat met het riet in de poel. Dat werkt goed. We zullen zien of dat met de waterlelie ook zo gaat.

waterlelie bloemenKlusjes: Werken in de poel is lekker koel. Ik drijf de bladeren naar de houten brug waar vandaan Wil en Rinus ze per kruiwagen naar de houtstapel in het elzenbosje brengen. De klus is sneller klaar dan verwacht. Bladeren weg en een flink stuk poel vrijgemaakt. Onderzoeker Will speurt naar wantsen, nog enthousiaster geworden door recente interessante vondsten. Rinus loopt met de heggenschaar de paden na en knipt vooral in de bosranden de bramen terug. Gisteren heb ik bij Hornbach 2 paalankers gekocht. Een daarvan slaan Wil en ik in de grond waar het nieuwe insectenlab komt. We willen een beetje een idee krijgen of deze paalankers goed vast in de bodem komen te zitten. Het anker gaat vlot de grond in, we wrikken er wat aan en zijn tevreden. In oktober gaan we hier mee aan de slag.

Invasieve soorten: Na de test met het paalanker pakken we invasieve soorten aan in het wilgenbosje. Wil knipt Canadese kornoelje weg en ik controleer het pad langs het bosje op Bonte gele dovenetel. Dit pad is de eerste stook waar we deze dovenetel terug hebben gedrongen. De eerste keer was ik een uurtje met dit pad bezig. Nu kost de ene kant mij nog 2 minuten (twee plantjes uitgetrokken). Langs de zuidkant moet ik wat meer plantjes wegtrekken tussen de brandnetels. Volgende keer ben ik in een paar minuten door het pad heen en kan ik weer een nieuwe strook aanpakken. Blijven controleren en steeds een stukje verder terugdringen.

Reusachtige petrischaaltjes: De afgeplagde cirkels zijn net twee reusachtige petrischalen. In een laboratorium worden die schaaltjes gebruikt om te kijken welke bacteriën of schimmels er groeien. In de reuzenschalen die we hier hebben gegraven bekijken we welke planten zich hier vestigen. Het is een levendig mengsel waar veel te ontdekken is. Zowel de wilde als de tuinsoort IJzerhard lijken achteruit te gaan. De tuinsoort maakt dit jaar een tiental kleine bloeistengels en de wilde soort lijkt met een enkele bloeistengel (vorig jaar een stuk of 5) bijna op zijn eind. Daar staat tegenover dat gevleugeld hertshooi zich goed thuis begint te voelen en tussen de andere planten staat Lange ereprijs in bloei. Een nieuwe soort, overgewaaid uit een tuin denk ik. Misschien is hij volgend jaar verdwenen. Misschien gaat hij zich uitbreiden. Waarschijnlijk gebeurt er weer iets onverwachts.

Zaterdag 25 juli 2020

houtstapel in elzenbosje

foto: fotoclub helmond oost

Zaterdag 25 juli 2020: Lauw weer. Niet koud, maar weinig zon en vanuit het zuidwesten lijkt regen te gaan komen. Ik doe vlug wat klusjes. Aan de voorkant van de tuin fatsoeneer ik de grond rond de gerepareerde rioolput. Verderop ligt nog maaisel. Ik hark het onder tegen de buitenhaag en zet dan de bordjes buiten. Eén bordje nodigt voorbijgangers uit om de tuin te bekijken, een ander waarschuwt om anderhalve meter afstand te houden en het derde bordje wijst er op dat de nationale telling tuinvlinders nog steeds loopt. Officieel is morgen de laatste dag.

De waarnemingen bij het insectenlab blijven verbazen. Vooral de gaten van 3 - 4 - 4,2 en 4,5 mm zijn weer flink bijgevuld. Blijkbaar zijn verschillende metselbijen nog volop met de voortplanting bezig. Ik heb te weinig tijd gehad om op wacht te staan om te achterhalen welke soorten nu zo actief zijn. Het op en af van de activiteiten bij de verschillende diameters is goed te zien op bijgaande grafiek.

metselbijenmeter 1.0 (2020) verschillen per week

Bijzondere vogels, weinig vlinders: Wanneer onderzoeker Will er is, lopen we een vogelrondje. Vergeleken met andere ochtenden is het stil in vogelland, maar toch doen we mooie waarnemingen. Meteen aan het begin spot Will een Middelste bonte specht, bij het elzenbosje vliegt een Buizerd op. Weer verderop zien we twee kibbelende/spelende Sperwers over de tuin vliegen. Vlinders zien we niet veel. Daarvoor moeten we echt zon hebben. Een Bont zandoogje, een Bruin zandoogje en een Koolwitje is alles wat we nu te zien krijgen.

Meidoorn opruimen: Bij de container treffen we Wil. We gaan de dode meidoorn aan de voorkant opruimen. Wil zaagt de stammen af en kort ze in tot handzame stukken die ik in de houtwal stop. Onderzoeker Will speurt intussen naar wantsen en voorzitter Kees gaat naar de winkel om de watervoorraad aan te vullen Wanneer de meidoorn netjes is opgeruimd gaat Wil verder met zijn project om de autoband van de velg te krijgen. Hij wordt daarbij geassisteerd door Kees.

Gewone hennepnetel (Galeopsis tetrahit)Boeiende ontwikkelingen bij de planten: In het afgeplagde stuk waar vroeger een kruidentuin was, gebeurt van alles op plantengebied. Stijf IJzerhard (Verbena bonariensis), een restant van de voormalige kruidentuin, groeit er naast de inheemse IJzerhard (Verbena officinalis). Onopvallende planten als Veldrus, Pitrus, Biezenknoppen staan naast opscheppers als Zilverschoon, Egelboterbloem, Moerasandoorn en Kattenstaart. Steeds meer zomerbloeiers komen op. Koninginnenkruid en Hypericumsoorten. Die laatsten maken het me lastig. Ik heb Sint Janskruid zeker op naam, maar nu zit ik gebogen over een andere Hypericum en vermoed ik dat het Gevleugeld hertshooi is. Het heeft wat kenmerken van sint Janskruid, maar niet eenduidig. Het gedrongen plantje heeft zich stevig gevestigd in dit stuk. Misschien wel oorspronkelijk zaad dat door het graafwerk heeft kunnen ontkiemen. Morgen met de andere camera scherpe foto's maken en opsturen naar waarneming.nl.

Weer een dood konijn: Vorige week heb ik een dood jong konijntje gevonden bij de zuidelijke poel. Geen idee hoe dat daar terecht was gekomen. Ik heb het op een boomstam gelegd met de wildcamera er bij. Vooral wespen blijken belangrijke opruimers. Eerst wordt er flink aan de oppervlakte geknaagd. Later kruipen ze naar binnen en graven verder. Ze worden begeleid door talloze Groene vleesvliegen. Opvallend vaak komen twee huiskatten het konijntje inspecteren. Eerst de zwart-witte, dan de rossige. Dan weer de rossige en wat later de zwart-witte. De twee blijken vriendschappelijk met elkaar te zijn. Verschillende keren komen ze samen langs. De twee hebben geen idee wat ze met het konijnenlijkje aan moeten. Hetzelfde als wat we eerder bij een ander konijnenlijk hebben waargenomen. Ze snuffelen wat en schijnen niet te snappen wat ze zien. De rossige waagt één keer een voorzichtig tikje met de voorpoot. Opvallend dat de katten geen last hebben van de wespen die voortdurend op en in het lijkje bezig zijn. Halverwege de week verdwijnt het konijntje uit beeld. Door het gewroet aan de binnenkant is het van de boomstam gevallen. De rest van de video's is gevuld met vogels; drie kibbelende zanglijsters, een jonge roodborst en een koolmees. Even flitst een eekhoorn door het beeld.

Onverwacht einde: Op een van de laatste video's (infraroodopname) is druk gescharrel te horen, takjes bewegen. Allemaal net buiten beeld. Dan schiet een langgerekte gedaante de boomstam op. Met iets in de bek haast het beest zich uit beeld. Volgens mij is dit de Bunzing die vaker in de natuurtuin komt. Ik denk dat hij het konijntje langs de boomstam gevonden heeft, maar hij flitst zo snel door het beeld dat ik het niet helemaal zeker weet. Zou wel toevallig zijn wanneer hij iets anders gevangen had. Bij twee eerdere experimenten met dode konijnen sloot de vos het verhaaltje af. Deze keer is de bunzing hem te snel af geweest.

Zaterdag 18 juli 2020

Grote wederik tussen riet

Zaterdag 18 juli 2020: Bij aankomst zie ik dat de gemeente snel werk heeft gemaakt van onze melding van de kapotte rioolput bij de voorkant van de tuin. De deksel ligt weer op zijn plaats en netjes recht. Uiteraard is de stank ook weg. Het wordt tropisch vandaag. Er zit veel vocht in de lucht en de temperatuur loopt snel op. Meteen de gazonmaaier gepakt en de graspaden gemaaid. In de jerrycan zit geen benzine meer. Het is de vraag of ik aan het restje in de tank voldoende heb om alle paden te doen. Onderweg kijk ik rond en zie dat de nazomerbloeiers de graslandjes overnemen.

wants op stengel

foto: fotoclub helmond oost

Grote wederik: Grote wederik heeft zich opnieuw over de graslandjes verspreid. De plant heeft een jarenlange reis door de natuurtuin achter de rug. Meer dan tien jaar geleden stond er een grote groep achter de grote heuvel die elk jaar, weg van het berkenbosje, verder naar het westen trok. Uiteindelijk stond er een nog een smalle strook tussen de overloop en de rij knotwilgen. Achteraf denk ik dat de plant wegtrok van de schaduw van het berkenbosje en de bomen op de heuvel die steeds hoger werden. De bomen op de heuvel zijn weg en verderop aan de zuidkant hebben we de hoge elzen teruggedrongen. Begin vorig jaar zijn ook de enorme wilgen aan de voorkant (oosten) van de natuurtuin opgeruimd en dat betekent veel meer zonlicht, ook verderop in de tuin.

Slobkousbijen: En zie, de hele overloop en de veldjes daar omheen, staan vol Wederik. Zelfs in de ruigtestrook vlak bij de container piepen de goudgele bloemen tussen de rietstengels door, terwijl ik mij niet kan herinneren dat daar eerder Wederik heeft gestaan. Dat zal de slobkousbijen goed doen. Die zijn gespecialiseerd op Wederik en halen daar olie en stuifmeel. Wederik geeft geen nectar, daarom zijn de slobkousbijen ook op andere planten te zien, vooral Kattenstaart en Wolfspoot, Kale jonker en Biggenkruid. Allemaal planten die nu, net als de Wederik in bloei staan en ook in de natuurtuin te vinden zijn.

Dode eik: Er blijkt voldoende benzine in de gazonmaaier te zitten. Meteen na het maaien van de paden snoei ik met de accuheggenschaar de ruigte rondom een hoge dode eik. De boom is een meter of 20 hoog en staat vlak bij de voorkant van de natuurtuin. Wanneer daar dode takken of een stuk van de stam afbreken kunnen die op het wandelpad langs de tuin terecht komen. Groot is die kans niet, maar we willen geen enkel risico lopen. Ik maak nu een veilige werkruimte en straks zagen we de boom om.

Vogels: Wanneer ik klaar ben komt net onderzoeker Will binnen. Ineens zien we een hele zwerm Gierzwaluwen boven de tuin. We krijgen ze niet geteld. Alle vogels draaien en zwieren door elkaar. We schatten 35 exemplaren, maar het hadden er meer kunnen zijn. Geïnspireerd maken een vogeltelrondje. Will “klaagt” dat de gazonmaaier vast de Kleine karekiet heeft weggejaagd. We horen hem niet, maar even later zien we het vogeltje tussen het riet. Een sperwer draait traag rondjes tussen de snelle gierzwaluwen. Een mooi sluitstuk voor deze telronde.

verzameling keversMecynorrhina torquata ugandensisStammen sjouwen: Rinus en Wil arriveren. We gaan de dode eik opruimen. Ik maak een kleine zaagfout en de eik valt niet precies tussen twee meidoorns, maar raakt er een op de takken. Die breken door het geweld af. Geen grote schade. Ook zonder die paar takken leeft de meidoorn verder. We zagen de gevelde eik uit elkaar. Takken gaan ter plekke in de houtwal. De stam verdelen we in stukken van pakweg 2 meter. Het dikste stuk van ruim twee meter sjouwen we op de hooikruiwagen We maken hiermee een nieuwe zitbank bij de container. De oude zacht geworden stam gebruiken we volgend jaar in het insectenlab. Volgende week ruimen we de rest van de eik op. Ook die stukken gaan we gebruiken voor ons metselbijen-onderzoek. Het harde hout is geschikt om gaten in te boren die door de metselbijen gebruikt worden.

 

 

Afrikaanse kevers: Tijdens de koffie komen een vader en zoon, regelmatige bezoekers, binnen. De jongen laat ons enkele voorbeelden zien van zijn keververzameling. Een “schedel”van een inheemse neushoornkever en een paar mooie voorbeelden van Afrikaanse kevers. We laten ons alles uitleggen over de kevers en het kweken daarvan. Na deze leerzame onderbreking gaan we afzonderlijk op pad. Rinus leidt een bezoekster rond, onderzoeker Will gaat op wantsenjacht en Wil waagt een poging om een autoband van een wiel te scheiden. Rinus heeft dat wiel meegebracht en we willen de band gebruiken om de staalkabel van de lier in op te bergen. Het losmaken van de band blijkt niet makkelijk. Hij zit stevig aan de velg geplakt en Wil moet allerhande toeren uithalen om er grip op te krijgen. Intussen loop ik een rondje om bloeiende planten te noteren. Nu de zomer vordert komen steeds meer planten in bloei. Berenklauw, Moerasandoorn, Kattenstaart, Wederik en ook een paar Engelwortels. Die zijn we een paar jaar kwijt geweest maar ze zijn weer terug. Bij de heuvel stond een grote Engelwortel, maar ik zie nu alleen nog een stronk. De bloeistengel is afgebroken en waarschijnlijk door een ”natuurliefhebber” meegenomen.

Ruim na twaalf uur komen we bij de container weer bijeen. Wil heeft warempel de band half los gekregen. Volgende week gaat hij verder.

foto: fotoclub helmond oost

foto: fotoclub helmond oost

Zaterdag 11 juli 2020:

Er komt opnieuw kleur in de natuurtuin. Het leek alsof de grassen met hun groeispurt de andere planten gingen wegdrukken, maar de kruiden met kleurige bloemen slaan terug! Op meer plekken dan vroeger komt de Grote wederik in bloei. De plant is duidelijk aan een nieuwe opmars bezig. Hij staat als vanouds verspreid over de graslandjes, maar nu ook tussen het riet langs het wilgenbosje. Op de veldjes bloeien Klein streepzaad, Egelboterbloem (geel), Vergeet-mij-nietjes (blauw) Dagkoekoeksbloem, Echte koekoeksbloem (rose), Ruw walstro, grasmuur, hoornbloem (wit) en Brunel( paars). Daar bovenuit steken Kale Jonker, Speerdistel en een enkele Akkerdistel met purper en paarsblauwe bloemen. Echte insectenmagneten.

Akerdistel (Cirsium arvense)Tijd voor klein onderhoud: Maandag is het proefstuk in het elzenbosje gemaaid met de bosmaaier. We testen daar of de we Bonte gele dovenetel door regelmatig maaien kunnen bestrijden. Tegelijk zijn de brandnetels op de plek van het nieuwe insectenlab gemaaid. Vandaag krui ik de brandnetels naar de takken hoop verderop. Daarna snoei ik de buitenhaag en maai de grasstrook aan de voorkant van de natuurtuin. Wil en Rinus harken het maaisel bijeen en een deel wordt naar de takkenhoop in het berkenbosje gebracht. Een ander deel harken we tegen de onderkant van de buitenhaag. Niet alles gaat plat. Ook in deze grasberm leven veel insecten die stengels en bladeren gebruiken voor hun eitjes of rupsen. In het midden laten we een strook staan Wandelaars hebben goede zin, het klaart op en de zon komt tevoorschijn. Nu en dan knoopt iemand een praatje aan en enkele mensen doen een rondje door de natuurtuin.

Snoeiwerk: Bij de container drinken we koffie. De messenbalkmaaier en de heggenschaar worden schoongemaakt en geolied. Daarna lopen we een controlerondje met kapbijltjes en slaan de takjes weg van uitgelopen boomstompen. Een aantal geringde bomen heeft onder de ringen nieuwe uitlopers gemaakt en die halen we ook weg. Als laatste behandelen we de knotwilgen. De koppen schieten goed uit, maar ook lager op de stammen ontstaan takken. Die halen we weg, zodat alle groei in de koppen gaat zitten. Over enkele jaren gaan we weer snoeien en dan kunnen we er makkelijk bij.

Veel leven: Onderzoeker Will is de hele ochtend aanwezig en stroopt de tuin door met het nieuwe klopnet. We hebben geen tijd gehad om wilde bestuivers te noteren, maar er vliegt wel van alles rond. Ik zie een Citroenvlinder, verschillende Witjes, Atalanta's, Zandoogjes, wilde bijen, zweefvliegen, sprinkhanen en natuurlijk struikel je overal over de nieuwe padjes en kikkertjes die uit de poelen het land zijn ingetrokken.

Riool: Na een relatief natte en bewolkte week is de zomer vandaag terug. De rioollucht die we al een tijdje ruiken bij de container is minder zomers. Bij het maaien ontdekten we dat de put vlak langs de tuin scheef staat. Het gietijzeren deksel zit nog op zijn plek maar de betonnen rand daaronder is scheef gezakt. Vandaar de stank. Waarschijnlijk is er met zwaar materiaal tegenaan gereden. We zien vlakbij sporen van voertuigen. Dadelijk maar even melden bij de gemeente.

Zwarte capsus (Capsus ater)

Zaterdag 4 juli 2020

Een tegenvaller. Vandaag begint de nationale tuinvlindertelling, waar ook wij aan meedoen. Het miezert, het waait en het is niet warm. Ook niet koud, maar geen lekker vlinderweer. Ik besluit snel wat klein onderhoud te doen, vul de gazonmaaier met benzine en maai de graspaden. Het maaisel voor de poort is weg. Afgelopen maandag konden we een grote aanhanger van Scouting Paulus lenen. In twee etappes was alles afgevoerd naar Biemans recycling. Een geslaagd experiment.

Het seizoen verandert: Met onderzoeker Will loop ik een ronde om vogels te tellen. Er vliegt niet veel en het is een stuk stiller geworden. Het seizoen verandert. Will zegt dat sommige vogels, klaar zijn met hun broedsel en terug gaan naar hun overwinteringsgebieden. Ook bij het insectenlab is niet veel verkeer. Er zijn een paar nieuwe gaten bezet, maar ook weer nieuwe open. Dat laatste roept nieuwe vragen op. Bij sommige gaten is de hele afsluiting weg. Bij andere is alleen een kleine gaatje gemaakt. Bij weer andere afsluitingen lijkt het er op dat ze van buiten afgebroken worden. Misschien vogels die de larven willen opeten?

uitgeplozen braakbal

Braakbal: Kort geleden hebben we een uil op de wildcamera gekregen, een verrassing. Vlakbij dezelfde plek ziet Will ineens een braakbal op een boomstomp liggen. We gaan ervan uit dat de braakbal van dezelfde uil is (of in ieder geval dezelfde soort) die op de camera staat. Vermoedelijk een kerkuil, maar hij is nog niet goedgekeurd door waarneming.nl. We laten expres hoge boomstompen staan wanneer een boom omgezaagd wordt. Zee raken begroeid met paddenstoelen en mossen. Later worden ze gekoloniseerd door insecten. Het blijken geliefde zit en uitkijkplaatsen te zijn voor vogels, zoals nu weer blijkt.

 

braakbal uitpluizenVlindertelling: Wanneer ook Wil binnenkomt gaan we op zoek naar vlinders. Zoals we verwachtten halen we geen grote vangst binnen. Het valt wel op dat, zodra het niet regent en de zon (bijna) door komt, er ineens van alles wel vliegt. Dan zijn er koolwitjes, dikkopjes, een Bont zandoogje, een Koevinkje en een bosblauwtje te zien. We zijn streng en noteren alleen namen wanneer we zeker weten welke vlinder het is, liefst met duidelijke foto. Intussen raken we elkaar al speurend regelmatig kwijt en komen ergens verderop weer bij elkaar.

Zwarte capsus: Bij de container pakken we een kop koffie en ondertussen peuteren we de braakbal uiteen. We doen het snel en niet precies genoeg. Toch vinden we een paar botjes en een stuk van een onderkaak. Onderzoeker Will zet het resultaat op de foto en stuurt e door naar waarneming.nl. Ons telwerk wordt lange tijd onderbroken door regen. Wanneer het droger wordt gaan we verder, maar de temperatuur is een paar graden lager en veel vlinders zien we niet meer. Ik kom wel een zwart insect met oranje pootjes tegen. Ik neem een foto en thuis laat ik de app Obsidentify er naar kijken. Obsidentify is 100% zeker dat het een Zwarte capsus. Een soort blindwants die op grassen leeft in min of meer droge biotopen. Dan zal hij zich in de natte natuurtuin niet zo thuis voelen denk ik. Intussen is de zwerfafvalgroep terug van hun maandelijkse opruimronde. Bij de container is een gezellig samenzijn op veilige afstand. Gaat makkelijk.

Zaterdag 27 juni 2020

jeugd-IVN op bezoek in Natuurtuin De Robbert

Het weer wordt extremer. Afgelopen twee zomers waren het heet en droog. De grondwaterstand is nog steeds veel lager dan goed is. En dit jaar is het heet en ... stortbuien. Nu voor de tweede keer deze maand. Gisteren is na een week van ruim dertig graden Celsius een enorme hoeveelheid water gevallen. Door de vochtige lucht en hoge temperatuur voelt het drukkend. De grote poel is een halve meter omhoog gekomen en staat nu tot twintig centimeter onder de brug. De kleine noordelijke poel is overgelopen en het lage noordelijke veldje staat opnieuw blank. Mijn plan om hier vandaag te maaien gaat dus niet door. De zuidelijke poel is verborgen achter het riet, maar ook hier is veel water bij gekomen. Zelfs de kleine bospoel staat vol. Iets wat in de zomer weinig gebeurt.

Maaiwerk klaar: Maandag hebben we met een ploegje van vier mensen het maaisel opgeruimd. Eigenlijk hadden we ook dinsdagochtend in de planning, maar dat bleek niet nodig. Dit jaar brengen we voor het eerst (een deel van) het maaisel van de vroege maaibeurt weg. Het maaisel van de nazomer-maaibeurt wordt opgehaald door de groenaannemer van de gemeente. Bij de vroege maaibeurt leggen we het maaisel op de verschillende houtwallen in de natuurtuin zelf. Eigenlijk is dat raar. Het maaisel gaat van de veldjes af, omdat we het teveel aan voedingsstoffen willen wegwerken. Maar nu verplaatsen we die voedingsstoffen naar andere plekken in de natuurtuin. Beter is om het vroege maaisel af te voeren, zodat ook daar compost van gemaakt kan worden

Test: We hebben ongeveer de helft van het maaisel naar buiten gereden. Komende maandag hebben we een aanhanger geregeld en gaat de berg naar de groenverwerker. Het is een test om te kijken hoe dit bevalt. Wanneer het goed gaat zullen we volgend jaar alle maaisel afvoeren. We houden een klein deel in de natuurtuin. We weten dat oud maaisel gebruikt wordt als nestgelegenheid en overwinteringsplek.

Insectenlab: Het is er weer niet van gekomen om een uurtje op wacht te staan bij het insectenlab. Dat is jammer want zo missen we veel van wat er gebeurt. In het voorjaar werden alleen de 6 mm gaten gebruikt door Gehoornde metselbijen en Rosse metselbijen. Later zagen we Tronkenbijen en Ranonkelbijen in de kleinere 4,2 mm en 4,5 mm gaten. Nu worden nog steeds gaten gevuld (vooral 3 mm en 5 mm gaten), maar we weten niet door welke bijen. Het insectenlab trekt metselbijen en die trekken weer parasieten, insecten die de nesten van metselbijen gebruiken om hun eitjes te leggen. We hebben Gewone goudwesp, Rouwmuurzwever en Gewone knotswesp gezien, maar veel meer soorten gemist. Ik neem mij voor om vanaf volgende week een half uur per week met de camera te posten.

Beestjes scheppen: Vandaag heb ik geen tijd want het jeugd-IVN komt op bezoek. Rond 10 uur verzamelt de club zich voor de poort en trekt in colonne achter Rinus naar de houten brug. Will, Wil en ik sluiten aan. We willen de vangsten zo goed mogelijk documenteren en opsturen naar waarneming.nl. Beestjes scheppen is voor iedereen een leuke en leerzame ervaring. Door de vangsten ook te noteren en door te sturen helpen we ook nog eens mee met wetenschappelijk natuuronderzoek. De hele ochtend is de club intensief bezig met de vangsten. We bouwen een aardige lijst met gedocumenteerde waarnemingen om in te sturen. Ons valt op dat er weinig grote libellensoorten vliegen of als larve gevangen worden. Waarschijnlijk door droogvallen van de poel in 2018 en het bijna droogvallen in 2019. Positief is dat de stekelbaarsjes Sinds 2018 zijn verdwenen. Het overige waterleven vaart er wel bij. Ook nu weer opvallend veel salamanderlarven, haftenlarven, kokerjuffers en talloze kleine en grote waterkevers.

Rond half twaalf maakt het IVN zich klaar om verder te trekken. Ze hebben nog een wandeling en een picknick voor de boeg. Wij scharrelen onze spullen bijeen en ruimen op ons gemak op.

Zaterdag 20 juni 2020:

Grashalmen

Ik zet de messenbalkmaaier buiten. Een eekhoorn huppelt over het gras vanuit een ruigte naar de ingang. Hij heeft geen haast en lijkt mij nog jong. Als dat zo is, dan hebben twee volwassen eekhoorns een succesvol nest gehad. Afgelopen maanden hebben we twee keer een dode eekhoorn gevonden. Fijn om nu weer een levende te zien. Ik ben extra vroeg begonnen. Het wordt warm en vandaag moet een flink stuk gemaaid worden. Het hoge stuk bij de ingang is snel gedaan. Achter de heuvel bij de grote poel heeft de machine wat meer moeite. De laatste weken is vooral het gras gigantisch gegroeid. Het lijkt wel alsof sinds de stortregen van afgelopen donderdag alles nog eens is verdubbeld. Het gemaaide gras ligt dik op de bodem en duwt de maaimachine omhoog die daardoor moeilijker vooruit komt.

Kameleonspin (Misumena vatia)Blote voeten: Wanneer ik aan het lage noordelijke veldje begin valt me door de begroeiing te laat op dat er water staat. Veel water. De maaimachine houdt dapper vol, maar ineens lopen mijn werklaarzen vol water. Ik heb geen keus en loop door totdat de maaimachine weer op het droge staat. Nu pas zie ik dat de kleine noordelijke poel helemaal gevuld is. Net als het stuk dat ik net heb geprobeerd te maaien. Op het laagste punt staat daar zeker 3 tot 4 decimeter water. Ik sla dit veld maar even over. Misschien is het volgende week voldoende opgedroogd. Ik trek mijn laarzen en sokken uit en leg ze op een boomstam in de zon. De rest van het maaiwerk, rondom de overloop van de grote poel, doe ik op blote voeten.

Koffie: Intussen zijn Wil en Rinus binnengekomen. Het maaisel blijft drogen tot maandag en verder is er niet veel te doen. We drinken op ons gemak koffie, bespreken nieuwe houtblokken voor het insectenlab, aanpassingen voor de hooikruiwagen, samenwerking met het IVN voor een nieuw educatief programma, het weer en nog meer. Daarna gaat Rinus de spullen voor wateronderzoek sorteren. Schepnetjes, zoekkaarten, platte bakken en kijkglazen. Volgende week komt het jeugd-IVN waterbeestjes scheppen. Wij willen meedoen en de vangsten zoveel mogelijk documenteren en insturen naar waarneming.nl.

Grote narcisvlieg (Merodon equestris)Wilde bestuivers: Ik loop met Wil een ronde op zoek naar wilde bestuivers. Het valt ons weer op dat je het ene moment nauwelijks iets ziet en even later zitten, kruipen en vliegen overal beestjes. Niet alleen bestuivers. Blijkbaar is het sprinkhanenseizoen begonnen. We zijn vergeten om het vlindernet mee te nemen en de sprinkhanen zijn snel. Ze blijven niet stilzitten voor de camera en op naam brengen zonder zoekkaart of goede foto lukt niet. Voorlopig moeten we het houden op kleine bruine en grote groene soorten. Wat verderop krijgen we een Grote narcisvlieg (Merodon equestris)en een Snorzweefvlieg (Episyrphus balteatus) wel op de foto.

Kameleonspin: Eerder hadden we al een Gewone kameleonspin (Misumena vatia)gevonden. Geen bestuiver maar meer een eter van bestuivers. De kameleonspin wacht in hinderlaag op een bloem totdat een insect er op landt. Zoals de naam al doet vermoeden kan deze spin van kleur veranderen. Niet zo snel als een echte kameleon. “De kleurverandering van wit naar geel duurt 10 tot 25 dagen, terwijl van geel naar wit maar 6 dagen duurt.” (meer informatie). Door het combineren van veldwaarnemingen met internet een extra leerzame ochtend.

Zaterdag 13 juni 2020

Bladerdek BerkenbosjeHet wordt een hete dag. Afgelopen nacht heeft het flink geregend en het water in de poelen is iets omhoog gekomen. In de kleine noordelijke poel staat weer een laagje van 2 of 3 decimeter. Niet helder amberkleurig zoals in de grote poel. Rottend bladafval zorgt voor een troebel soepje. Dat wordt pas helderder wanneer het water nog een paar decimeter verder stijgt. Ik verwacht niet dat zoiets gaat gebeuren voor het winterseizoen. Enkelel waterkevers (kan niet zien welke soort) zwemt druk op en neer. Blijkbaar is de waterkwaliteit voor hen goed genoeg.

Maai-experiment

De grassen zijn hoog opgeschoten. Twee weken geleden waren de graslandjes veel kleuriger dan nu. Er komen steeds meer verschillende plantensoorten in bloei maar door het hoge gras vallen die minder op. Volgende week begint het tweede, uitgestelde deel van de voorjaarsmaaibeurt. Een paar weken later zullen de eerste planten weer in bloei komen. We moeten goed opletten hoe dit experiment uitpakt. Ik vind dat het stuk dat we nu later maaien er niet goed uitziet. Te grassig. Misschien valt het straks weer mee, we zullen zien. Ik pak de gazonmaaier en maai de graspaden, zodat we volgende week makkelijk met de kruiwagens vooruit kunnen. Pal langs de buitenhaag maai ik een smalle baan om de struiken meer licht te geven.
grashalmen

Lege groene huls

Onderzoeker Will gaat op wantsenjacht in de buurt van de grote poel. Ik trek met Rinus en Wil het wilgenbosje in om de Canadese kornoelje weg te snoeien. Vorige winter zijn we hier mee begonnen. Canadese kornoelje is een van de zogenoemde invasieve soorten die we in de natuurtuin bestrijden. Oorspronkelijk komt de struik uit Amerika. Hij heeft een dicht bladerdek van mooie groene bladeren en bloeit met witte schermpjes. Wanneer de sierstruik zijn gang kan gaan groeit hij steeds verder uit. Onder Canadese kornoelje groeit door het dichte bladerdek nauwelijks iets anders. Een echte biodiversiteits-killer. Wanneer de struik weg is komt een grote kale plek tevoorschijn. Wat eerst een dicht bosje vol groen leek, blijkt niet meer dan een lege groene huls.

Uitputting

We knippen en kappen de bovengrondse uitlopers weg en sjouwen ze naar de houtstapel. De takken mogen niet op de grond blijven liggen want dan gaan ze opnieuw wortelen en hebben we nog niets bereikt. Hoog op de houtstapel drogen ze uit. Aan het eind van de ochtend zijn we klaar met dit werkje. Weer een stap gezet in het weer gezond maken van dit bosje. De kale bodem zal volgend jaar al vol staan met nieuwe planten en struiken. Ook de Canadese kornoelje zal proberen terug te komen. In de grond zitten nog veel wortels en die zullen weer uitlopen. Maar veel sjouwwerk zullen we daar niet meer aan hebben. Regelmatig een ronde met kapmes en schoffel moet de woekeraar uitputten en uiteindelijk laten verdwijnen.

De tijd is voorbij gevlogen. We nemen tussendoor ook voldoende tijd voor koffie en geklets. Buiten de schaduw van het bosje begint de temperatuur behoorlijk op te lopen. We zijn op tijd klaar met het sjouwwerk. Na een nog een rondje door de tuin gelopen te hebben sluiten we af.

Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)Zaterdag 5 juni 2020:

Op de houten brug stoor ik twee vaste bezoekers. Aan beide uiteinden van de brug zit een kat. De zwart-witte en de rossige. Ze staren naar elkaar. Het doet me aan een ouderwetse cowboyfilm denken, maar het is nog vroeg in de ochtend en geen High Noon. De zwart-witte kat draait zich om, ziet me en schiet het riet in. De rode aan de andere kant verdwijnt achter de heuvel. Ze zullen een andere keer vaststellen wie hier de baas is.

Metselbijenmeter

De metselbijenmeter is weer voller. Het kan niet op. Steeds meer verschillende diameters worden bezet. 3 mm: 26 bezet (was 19), 4 mm: 2 bezet (was 0), 4,2 mm: 26 bezet (was 8), 4,5 mm: 44 bezet (was 31). De 5 mm en 6 mm blijven gelijk (1 en 40). Ook de 1,5 mm en 2mm blijven gelijk op 0. Jammer genoeg is het een groot deel van de ochtend koel, bewolkt en winderig. In het begin valt er zelfs even flink regen. Ik had graag een tijdje op wacht gestaan bij de metselbijenmeter om te ontdekken welke bijen al die nieuwe gaten bezet hebben. Misschien de tronkenbijen en ranonkelbijen die we al eerder hebben gezien. Misschien weer een andere soort. Maar met dit koude en natte weer gebeurt er niet veel.

Planten en een Blauwe reiger

Elke maand begin ik opnieuw met zoveel mogelijk plantensoorten die in bloei staan op naam te brengen. Vandaag loop ik een eerste rondje en noteer een stuk of 20 soorten waarvoor ik niets hoef op te zoeken. Wanneer ik de boeken er bij moet pakken om de ene van de andere soort te onderscheiden (welk vergeet-mij-nietje, welke soort walstro) pak ik die later deze maand. Ik vind een paar bloeiende exemplaren van Penningkruid en bij de houten brug staat Veldlathyrus in bloei. En jawel, even verderop zijn de gele bloempjes van de Kleine ratelaar te zien. Een interessant plantje dat parasiteert op gras om aan voldoende voedingsstoffen te komen. Nu ik toch bij de brug ben haal ik meteen mijn wildcamera er onderuit. Die heeft daar een week gestaan omdat een paar keer een IJsvogel onder de brug vandaan kwam. Thuis is geen IJsvogel op de video's te zien maar een Blauwe reiger is niet te beroerd om in te vallen (https://youtu.be/Vn35cGha7q0.)

Nieuw insectenlab

Wil en ik zetten met pike tpaaltjes de omtrek van het nieuwe insectenlab uit. Het is passen en meten. Het insectenlab bestaat uit 4 rechthoekige secties die niet op een rij staan maar samen een halve cirkel vormen. De voorkanten staan dan gericht tussen Zuidoost en Zuidwest. Zo staat altijd een deel van het lab recht naar de zon. Tegelijk sluit de ronding van het lab aan op de bosrand erachter. Hierdoor, en door de afwerking, gaat het nieuwe insectenlab straks een beetje op in de omgeving. Nu we de plek precies hebben bepaald kunnen we de grond voorbereiden. In oktober, na de laatste maaibeurt en de ruigte-maaibeurt beginnen we met de echte bouw. We verwachten vóór het eind van het jaar het insectenlab klaar te hebben zodat we het volgend seizoen kunnen gebruiken.

Verjaardag

Onderzoeker Will struint de natuurtuin directe omgeving af op zoek naar vogels. Door de nattigheid heeft het geen zin om met klopnet of vlindernet te zoeken naar wantsen. De zwerfafvalgroep is vroeg terug van hun maandelijkse ronde. Voorzitter Kees is binnenkort jarig en viert dat met koffie en appelgebak. Wij zijn klaar met onze klus en sluiten aan. Even later komt onderzoeker Will terug van zijn speurtocht en al kwebbelend en discussiërend eindigen we deze ochtend.

wateronderzoek in Natuurtuin De RobbertZaterdag 30 mei 2020

Zonnig, warm en droog. Het lijkt dat we een derde droge zomer gaan krijgen. De kleine noordelijke poel is bijna leeg. De zuidelijke is ook geslonken en het water in de grote poel is gezakt tot een meter onder de brug. Bij de ingang verdord het gras en ontstaan zandplekken. Ik ben benieuwd welke plantjes daar gebruik van gaan maken. Terwijl ik de graspaden maai valt op dat niet alles even droog is. Op de hogere stukken is het gras nauwelijks gegroeid. Op de lage noordelijke veldjes heeft de gazonmaaier moeite om door het dikke malse gras te komen. Bij het berkenbosje is een Veelbloemige roos opgeschoten. De trossen witte bloemen vallen op. Raar dat we hem over het hoofd hebben gezien. Ik steek de plant met een schop uit de grond en daarmee zit het onderhoudswerk voor vandaag er weer op.

Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)

 

Metselbijenmeter: Er staat onderzoek op het programma. Ik loop een rondje mee met onderzoeker Will terwijl hij zijn vogeltelronde doet. Daarna race ik op en neer naar huis om mijn mobiel (vergeten) en enkele mokken te halen want de kartonnen bekers zijn op. Daarna bekijk ik de ontwikkeling van de metselbijenmeter. Van de 3 mm gaten zijn er nu 19 bezet. Van de 4,5 mm zelfs 31. De tussenliggende gaten zijn minder populair. De 4,2 mm gaten staan op 8 mm en de 4 mm gaten nog steeds op 0.

Biotische index: Samen met Rinus en Wil trekken we met schepnetjes, bakken en zoekkaarten naar de grote poel. We gaan waterbeesten vangen. De vangsten noteren we in een speciaal schema dat ik op internet gevonden heb. Met dat schema bepalen we de biotische index. Een mooie term. De biotische index is een cijfer dat iets zegt over de waterkwaliteit. Sommige diersoorten zijn gevoelig en leven alleen in heel schoon water. Andere waterdieren kunnen meer hebben en die vind je ook in minder schoon water. Hoe meer verschillende soorten je vangt (en dan vooral gevoelige soorten) hoe schoner het water en dus hoe hoger de biotische index. Het is een eenvoudige meetmethode die iets zegt over de gezondheid van onze leefomgeving. Je kunt ook verschillende watertjes vergelijken en de                                                                                                  gezondheid van poelen en sloten over langere tijd bijhouden.

Grasmuur (Stellaria graminea)Gezellig onderzoek: Bovendien is het, zoals vandaag blijkt, een gezellige methode. Bij de houten brug is al een gezinnetje waterbeestjes aan het scheppen. Even later komt nog een gezin de tuin ingewandeld en sluit zich aan bij het gebeuren op en rond de houten brug. We houden zo goed mogelijk afstand, maar gelukkig maakt dat niets uit voor de sfeer. De zon schijnt, de vogels fluiten en iedereen loopt heen en weer met nieuwe vangsten. Na een klein uur hebben we een hele verzameling soorten. Naast ongewervelden die in het schema moeten, vangen we opvallend veel salamanderlarven en natuurlijk veel kikkervisjes. Dat was ons vorig jaar ook al opgevallen. We denken dat dat komt, omdat de poel in 2018 is drooggevallen. Sindsdien zijn alle stekelbaarsjes verdwenen en dat is goed nieuws voor het andere waterleven.

Salamanders en Groene kikkers: Het spontane bezoek neemt afscheid en na een koffiepauze verhuizen we naar de zuidelijke poel. Die valt vaker droog dan de grote poel en er ligt flink wat slib op de bodem. We verwachten niet veel te vangen en dat is ook zo. Toch vinden we verschillende salamanderlarven. Een leuke vondst, maar het is geen ongewervelde en telt niet voor de biotische index. Net zo min als de groene kikkers die deze poel sinds enkele jaren hebben gekoloniseerd. Uiteindelijk krijgen we in de grote poel 18 soorten ongewervelden op naam (2 kokerjuffersoorten als meest gevoelige). In de zuidelijke poel krijgen we 5 soorten op naam ( één haftenlarve als meest gevoelig). Dit levert voor de grote poel een score op van 9 (van de 10) en voor de zuidelijke poel een 4 (van de 10). Supergoed voor de ene poel, slecht voor de zuidelijke poel. Geen onverwacht resultaat. De zuidelijke poel is al beter dan enkele jaren geleden maar er is nog veel werk te doen. We verwachten veel van het plan om het slib uit te baggeren en de poel gedeeltelijk iets dieper te maken. Alweer een leerzame zaterdagochtend.

kruidenrijk grasland
kruidenrijk grasland in Natuurtuin De Robbert

Zaterdag 23 mei 2020

Het is fris en de zon laat zich het grootste deel van de ochtend niet zien. Ik heb vorige week niet goed opgelet en een kapotte geheugenkaart in de wildcamera gestopt. Net als met de dode eekhoorn zullen we nooit weten wie de muis heeft opgegeten. Niks aan te doen. Op een pad verderop liggen de resten van een zwarte vogel. Een kraai. Een deel van de veren is nog omgeven door een schacht. Ik denk dat het een jonge kraai was. Waarschijnlijk uit het nest in het elzenbosje. Welk beest de kraai heeft gedood en opgegeten weet ik niet. Meestal vind je bij prooiresten van een roofvogel alleen de netjes uitgetrokken veren. Ook hier liggen losse veren maar ook hele plukken en stukken vleugel die in een keer lijken te zijn losgetrokken. Bovendien zijn niet alle schachten gaaf, wat je bij een roofvogel wel zou verwachten. Verschillende schachten zijn afgebroken. Dat wijst richting kat, bunzing of vos. Buiten de veren is alleen de snavel met een stukje van de kop blijven liggen.

Maaiwerk klaar: Afgelopen week hebben we met 5 mensen het eerste deel van de voorjaars-maaibeurt uitgevoerd. Zaterdag is er precies genoeg gemaaid om ons op maandag en dinsdag een paar uurtjes bezig te houden. Maandag is het maaisel bijeen geharkt en dinsdag hebben we alles op enkele houtwallen gelegd. Eigenlijk wilden we een deel van het maaisel naar de milieustraat brengen. Door de corona-maatregelen was dat teveel gedoe. Volgende keer beter. Dit jaar hebben we voor het eerst ook de strook aan de voorkant van de natuurtuin gemaaid.

Kleine klusjes: Vandaag ruimen we nog een restje oud maaisel van vorig jaar op bij de kleine noordelijke poel. Het diende om de Late guldenroede te verstikken die hier nog groeide. Dat is gelukt. Dinsdag moesten we het opruimwerk hier onderbreken omdat we een nest aardhommels verstoorden. De hommels zijn gekalmeerd en snel werken we het laatste maaisel weg. Verder hebben we wat klein onderhoud. Wil knipt een wilgenstruik weg en ik snoei de buitenhaag met de accu-kettingzaag. Zo nu en dan komen wandelaars binnen. Moeders met kleine en grote kinderen, een man en vrouw die vragen wat ze met de bijen in een vogelhuisje aan moeten. Een gezellig af en aan.

Onderzoek: Onderzoeker Will installeert zich bij de grote poel en wanneer we klaar zijn met de klusjes loopt Wil de nestkasten na. Ik bekijk het insectenlab. Er is weinig activiteit. Het is geen insectenweer. Toch hebben de metselbijen afgelopen dagen niet stilgezeten. Vijf van de 4,2 mm gaten zijn nu bezet (vorige week 2). Van de 4,5 mm gaten zijn er 19 bezet (vorige week 8). Ook de 3 mm gaten blijken populair: 15 gaten bezet (vorige week 4). Omdat we elke week opschrijven hoeveel gaten bezet worden krijgen we een aardig beeld van het “broedseizoen”. Bij goed weer proberen we metselbijen en hun belagers op de foto te zetten. Een lastig werkje omdat de beestjes niet vaak rustig blijven zitten. Met de foto's en de hulp van herkenningsapp Obsidentify hebben we al aardig wat namen achterhaald. Van een paar simpele blokken hardhout kun je veel leren.

Zaterdag 14 mei 2020

Vanaf dit jaar delen we de voorjaars-maaibeurt in tweeën. Nu (half mei) maai ik het eerste deel. Dat zijn de zuidelijke veldjes, een stuk bij de wilgenrij, de helft van de helling bij de ingang en een klein stukje bij de houten brug. Nu ik toch bezig ben maai ik de strook langs de voorkant ook meteen. Over een maand (half juni) doen we het tweede deel. We maaien de graslandjes 2 keer per jaar. Een keer heel vroeg, tegen de tijd dat de grassen in bloei komen en een keer laat in het jaar (september). We doen niet aan bemesten, zaaien of planten. Door zo'n beheer in dit gebied toe te passen veranderen graslandjes in waardevolle natuurgebiedjes. Tientallen bloeiende plantensoorten hebben hun plekje veroverd tussen alle grasachtigen. Dat ziet er leuk uit maar is vooral goed nieuws voor allerlei insecten, amfibieën, kleine zoogdieren en vogels die zulke bloemrijke graslanden nodig hebben om te overleven.

Maai-experiment: Afgelopen jaren maaiden we de best ontwikkelde stukken (veel bloeiende planten en geen dicht gras) maar een keer per jaar. De vroege maaibeurt is nodig om de “saaiste” stukken (veel dicht gras en minder plantensoorten) verder te ontwikkelen. Door die vroege maaibeurt te verdelen willen we testen hoe verschillende plantensoorten reageren op andere maaitijden. Uiteindelijk denken we zo nog meer variatie in de graslandjes te krijgen. De messenbalkmaaier loopt probleemloos en tegen rond 10 uur is het maaiwerk klaar. Het maaisel kan drogen. Maandag en Dinsdag gaan we het opharken en van de veldjes afvoeren.

Onderzoeksdrukte: Onderzoeker Will installeert zich vlakbij de grote poel. Vandaag gaat hij waterleven bekijken. Na verloop van tijd krijgt hij gezelschap van voorzitter Kees en Rinus. De vangsten worden bestudeert en besproken terwijl iedereen keurig 1,5 meter afstand houdt. Wil loopt de nestkasten na en ik controleer de metselbijen-meter.

Metselbijen-meter: Weer is er veel activiteit in de gaten van 4,2 en 4,5 mm. Dit keer lukt het me om een kleine bij op de foto te krijgen terwijl ze uit een gat kruipt. Volgens de app Obsidentify is het een Ranonkelbij, wat ik min of meer al verwachtte. De bij zal zich hier goed thuis voelen want in de natuurtuin staan veel Boterbloemen. Dat zijn ranonkelachtigen en de bij heeft die naam niet voor niets. Vlakbij zit een zwart vlinderachtig insect op te warmen. Ook hiervan een scherpe foto gemaakt en Obsidentify herkent de Muurrouwzwever. Dat is geen vlinder maar een vlieg en ook zij doet haar naam eer aan. Het lijkt alsof de vlieg een zwarte rouwmantel draagt en ze heeft de gewoonte om voor nesten van metselbijen in de lucht te blijven hangen en al vliegend een ei een nestgang te deponeren.

Wilde bestuivers: Later loop ik met Wil nog een ronde voor de wilde bestuivers. De lucht is nog koel dus noteren we niet veel. Een Bont zandoogje en een Koolwitje, te snel om te zien welke soort precies. Verder een paar hommelsoorten en een zweefvlieg (Gewone pendelvlieg). Er vliegt natuurlijk veel meer maar dat is telkens te ver weg, te klein of te snel. We vinden het zonde om door het gras en de bloemen te banjeren dus moeten we vanaf het pad kijken. Een vlindernet en een potje om de vangst te bekijken zou helpen. Misschien moeten we vaker 's middags deze ronde doen wanneer het goed opgewarmd is.

Ondanks de hindernissen vermaken we ons prima. Na twaalven sjouwen we de onderzoeksspullen van Will naar de container. We spreken af dat we maandag of dinsdag na het hooien weer tijd besteden aan verder onderzoek.

Rode Kornoelje

Zaterdag 9 mei 2020

We zullen het nooit zeker weten. De dode eekhoorn is weg maar op de wildcamera staat geen enkele opname. Wie heeft de eekhoorn meegenomen? Ik vermoed de vos. Wat is er mis met de camera? Ik hoop iets met de geheugenkaart en niet met de camera zelf. Elk jaar een kapotte camera is teveel van het “goede”. Dan geen onderzoek met de wildcamera meer. Thuis maar eens uitzoeken. Bij het insectenlab nog een verrassing: Er zijn geen nieuwe gaten van 6 mm doorsnede bezet (nog steeds 40). Andere gaten waar tot nu toe niets gebeurde worden ineens wel gevuld (4,2 mm: 1 gat bezet. 4,5 mm: 3 gaten bezet). Later zien we een bijtje in een van de gaten kruipen maar ze is te snel om op de foto te zetten. Het is geen Rosse of Gehoornde metselbij maar een kleinere soort.

Kleine karekiet past maaibeheer aan: Ik laat aan onderzoeker Will een geluidsopname horen die ik vanmorgen maakte. In de bosrand bij het elzenbosje zong een vogeltje dat ik niet thuis kon brengen. Dat zegt niet veel want ik weet nauwelijks iets van vogelgeluiden. De opname is niet duidelijk maar onderzoeker Will is nieuwsgierig geworden. We lopen naar de plek waar ik de opname maakte. Van alles te horen maar niks aparts. Ik heb de paden gemaaid en Will vermoed dat de herrie van de gazonmaaier het zingende vogeltje heeft verjaagd. Niks aan te doen. Bij de zuidelijke poel hoort Will later een Kleine karekiet tussen het riet. Volgende week beginnen we hier met de voorjaarsmaaibeurt. Wanneer we te dicht op de rietkraag maaien kan dat de Kleine karekiet afschrikken die daar misschien gaat nestelen. Daar is wél wat aan te doen. We móeten maaien maar blijven wel een aantal meters uit de buurt van de rietkraag. Een kleine aanpassing van het maaibeheer naar aanleiding van een goede observatie.

Zwerfafval: Vorige week regende het te hard en besloot de zwerfafvalgroep hun opruimactie tot vandaag uit te stellen. Het is prachtig zomerweer en een forse groep van 6 mensen trekt vanuit de natuurtuin de wijk in. Onderzoeker Will installeert zich in de buurt van de zuidelijke poel. Hij zoekt wantsen maar noteert naast deze insectengroep alles wat hij tegenkomt. Ik trek er op uit om bloeiende planten op naam de brengen.

Klein onderhoud: Eerder vanmorgen heb ik de paden gemaaid en nu gaat Wil verder met het nalopen van boomstompen die deze winter zijn gekapt. Als ze opnieuw uitlopen kapt hij de verse takjes af. Dat werkt goed. Na een tijd lopen de stompen niet meer uit en worden ze bevolkt door schimmels en insecten waarna de spechten ze weten te vinden. Wil trekt in het wilgenbosje ook wortelstokken van de Canadese kornoelje uit de grond. Net als bij de andere invasieve soorten zullen we deze woekeraar regelmatig aanpakken. Dan nog zal het enkele jaren duren voor we hem definitief kwijt zijn. Daarna gaat ook Wil op onderzoek uit en controleert hij welke nestkasten gebruikt worden door welke vogels.

Koffie en vlaai: Halverwege de ochtend komt iemand van de fotoclub vragen of ze volgende week foto's mogen maken in de natuurtuin. Fotograferen zien wij als een soort onderzoek dus past het in onze doelstellingen. En een kleine club die elkaar kent kan makkelijk de coronaregels volgen. Voor de zekerheid zal ik het toch bij de gemeente navragen. Tegen twaalf uur is Wil klaar met zijn controlewerk en heb ik genoeg van het zoekwerk naar plantennamen. We lopen langs onderzoeker Will en helpen de spullen naar de container sjouwen. Daar treffen we de teruggekeerde zwerfafvalgroep. Voorzitter Kees heeft voor koffie en vlaai gezorgd en daar schuiven we graag bij aan.

 

Zaterdag 2 mei 2020

Bloeiende meidoorn

Als het weer meewerkt kunnen we vandaag volop aan de gang met de monitoringprojecten. De graslandjes krijgen steeds meer kleur. Bescheiden nog, maar terwijl ik de graspaden maai zie ik helder blauwe puntjes tussen het gras. Moerasvergeet-mij-nietje en Zompvergeet-mij nietje. Op veel plekken donkerblauwe Kruipend zenegroen, bij de wilgenrij staat een rose variant. Op drogere plekken beginnen de Dagkoekoeksbloemen in bloei te komen, vaak gemengd met witte Look zonder Look. In het Berkenbosje staat zo lang ik weet Robertskruid. De plant heeft zijn ups en downs gekend. De laatste jaren was hij wat achteruit aan het gaan. Misschien heeft het extreme weer van de laatste 2 jaar geholpen want nu bedekt hij als vanouds een flink stuk bosbodem. De eerste bloemen zijn open. Dat moet een mooi gezicht worden als de plant straks volop bloeit.

 

Tweede dode eekhoorn: De metselbijen hebben afgelopen week 1 nieuw 6 mm gat van de metselbijen-meter bezet. Het lijkt er op dat het broedseizoen is afgelopen. Op het pad ligt een dode eekhoorn. Op zich al bijzonder maar dit is de tweede in een paar weken tijd. De bek is flink toegetakeld. Ik weet niet of dat voor of na overlijden is gebeurd. Op de rest van het lijfje kan ik geen verwondingen zien. Net als bij de andere eekhoorn is het een raadsel waaraan hij is gestorven. Iets verkeerds gegeten? Een ziekte? Of gedood door eksters of kraaien? Eekhoorns roven eieren en vogels maken korte metten met vijanden die ze aankunnen. Morgen leg ik de eekhoorn op een rustige plek met de wildcamera erbij. Eens kijken wie erop bezoek komt.

Regen beëindigt activiteiten: Onderzoeker Will (met dubbel l) gaat wantsen vangen, Wil gaat aan zijn controleronde van de nestkasten beginnen en ik zoek bloeiende plantensoorten. Erg lang duurt dit alles niet. Vandaag werkt het weer niet mee en het begint steeds harder te regenen. Wil en ik zijn als eerste terug in de container. Will houdt het langer vol maar geeft het ook op. Een dappere opa, papa en zoontje trotseren de regen nog langer dan wij en onderzoeken het waterleven in de grote poel. Wanneer de regen echt doorzet houden ook zij het voor gezien. Ze zullen een terugkomen wanneer het beter weer is. Wij wachten tot het stopt met regenen en vertrekken. We komen in ieder geval droog thuis.

Zaterdag 25 april 2020

graslandje

De metselbijen-meter is nog bruikbaar. Ik had verwacht dat alle 6 mm gaten vol zouden zitten maar dat valt mee (of eigenlijk tegen). Van de 50 gaatjes zijn er nu 39 bezet. Vijf meer dan vorige week. Afgelopen 5 weken verliep de bezetting van 0 – 2 – 16 – 34 – 39. Waarschijnlijk alle 39 gebruikt door de Gehoornde metselbij. Die hebben we vaak gezien, soms wel drie tegelijk. Interessant is dat er nu ook één gat van 5 mm bezet is. Geen van de andere doorsnedes is in gebruik.

Levendige graslandjes: Het waterpeil is aan het zakken. De lage stukken bij de zuidelijke poel staan droog. Sloten en de overloop van de grote poel ook. De noordelijke graslandjes zijn een mozaïek van groentinten met tussendoor de witte spikkels van pinksterbloemen. Vanaf de heuvel is mooi te zien dat de plant zich heeft verspreid over de graslandjes. Twee keer per jaar maaien en rondom schaduwbomen kappen heeft de graslandjes flink levendiger gemaakt. Zo gauw de zon schijnt zien we vlinders als koolwitjes en oranjetipjes boven de veldjes.

Klein onderhoud: Vandaag alleen wat klein onderhoud. De houtwal aan de voorkant en een pad worden gecontroleerd op Veelbloemige roos. Een woekerende struik die we kwijt willen. Nieuwe uitschieters knippen we weg of trekken ze uit de grond. Op de helling bij de ingang ontdekken we een heel stel zaailingen. Een paar trekken we uit. De rest doen we volgende week.

Monitoring: We gaan weer monitoren. Al snel verspreiden we ons over de natuurtuin. Ik noteer bloeiende planten, Wil controleert de nestkasten en Will (met dubbel l) noteert vogels en speurt naar wantsen. Op de heuvel bij de grote poel valt mijn oog op een paar kleine sprietjes. Een zeggesoort. Ik weet niet welke maar noteer een aantal kenmerken. De stengel van het plantje is donzig behaard, de eerste keer dat ik dat bij een zegge in de natuurtuin zie. Hij is ook klein van stuk maar dat kan aan de groeiplaats liggen. Net als vorige week leg ik een verzameling foto's aan. Wanneer de nootjes van de plant rijp zijn doe ik dat weer en heb dan hopelijk genoeg betrouwbare informatie om het plantje op naam te brengen.

Roze hyacint: Bij de wilgenstrook staat een roze hyacint. Hij heeft wel wat weg van een wilde soort maar waarschijnlijk is het een sierplant die uit een of andere tuin is ontsnapt. De natuurtuin ligt pal tegen een woonwijk en dus is te verwachten dat er soms een tuinplant naar binnen wandelt. Wanneer het geen woekeraar is doen wij er niks mee. De hyacint heeft op zijn beurt geen last van ons maaibeheer en dus staat hij hier al een paar jaar. We gaan in de gaten houden of de bloemen bezocht worden door wilde bestuivers of dat de plant alleen maar een beetje mooi staat te zijn.

Badende BuizerdBadende buizerd: Zo nu en dan komen mensen binnengewandeld en ook voorzitter Kees komt langs. Will heeft weer interessante vondsten gedaan en Wil heeft een nestkast met broedende koolmezen erbij. De wildcamera heeft deze week bij de kleine bospoel gehangen. Zoals verwacht zwemt het koppeltje wilde eenden regelmatig door het beeld. Het aantal jonkies is gedaald van 14 naar inmiddels nog maar 1. De natuurtuin zit vol liefhebbers van jonge eend. Op de wildcamera bij de bospoel komen verschillende kandidaten voorbij. Een vos, kraaien en zelfs een https://youtu.be/m7G66gfioBU. Die laatste zie je niet vaak op de grond en al helemaal niet vaak badend in een poel. Hoe meer je zoekt hoe verrassender de ontdekkingen.